vrijdag 25 januari 2013

De Emotiebrenger



Jasmijn Prinssen van JosDeVries The Retail Company

De tijd van XL-winkelformules is voorbij en oude wetten van marketing en communicatie zijn niet meer voldoende. Consumenten willen in dialoog treden met merken. En alleen al daarom hebben retailers een digitaal platform nodig en moeten ze zich verdiepen in de mogelijkheden van sociale media. Om die consument ’s morgens vroeg al – wanneer het mobieltje wordt aangezet – te bereiken.
Retail Visie ontmoet Jasmijn Prinssen

Ze werkt al vijftien jaar bij JosDeVries The Retail Company. De 42-jarige creatief is adjunct-directeur en partner van het internationale ontwerp- en adviesbureau dat beweert geen last te hebben van de crisis met projecten voor Nederlandse klanten als EkoPlaza, DA, Jumbo, Kijkshop, Organic, De Block, Montel en New york Pizza. Ze heeft meegeschreven aan boeken als New Retail Relevance (2011) en The Store Manual
(2005)
Als ze haar favoriete binnensteden moet opnoemen, noemt ze De 9 Straatjes in Amsterdam (‘persoonlijk en kleinschalig’), maar ook Haarlem, Alkmaar en Arnhem. Haar favoriete winkelcentrum is Stadshart Amstelveen: ‘Je kunt er goed parkeren, en buiten is gecombineerd met binnen. Een goed aanbod van retailers. Het grote plein is iets te groot, behalve als de markt er is. Veel daglicht, lekker hoog. Gekromde gangen.’ En haar favoriete winkels zijn de HEMA, Boerderij Lindenhoff in Baambrugge en het nieuwe format DA in Woudenberg (een klant van JosDeVries).

XL Stores zijn uit
Jasmijn Prinssen praat graag over trends die haar opvallen. Zo is volgens haar anno 2012 ‘Nowism’ aan de orde van de dag. Het draait bij deze megatrend om consumenten die op zoek zijn naar directe bevrediging. Nowism oefent grote invloed uit op veel gebieden; in de bedrijfscultuur, in de relatie tot consumenten, in productinnovatie en in campagnes. ‘Deze ontwikkeling komt het best naar voren in een dynamische omgeving, zoals Amsterdam CS. Al die mensenstromen, met ieder zijn eigen behoefte, deze passanten en reizigers willen de retailers in hun winkels hebben. Ze willen aanhaken bij wat die consument op dat moment bewust of onbewust wil kopen, bij de behoefte van die consument op verschillende momenten in verschillende rollen. Dat is van cruciaal belang voor ons vak. Er is de laatste decennia afstand gecreëerd tussen de consument en de retailer, en dat noemen we dan marketing. Wat de consument zoekt wil hij het liefst direct en in zijn nabije omgeving kopen. Hij wil niet omlopen én al helemaal niet door een XL-store een gedwongen route afleggen om uiteindelijk bij de kassa af te mogen rekenen. De behoefte aan grote winkels is nu weg, boodschappen doen is in de ogen van de consument geen beleving meer.’ Als voorbeeld van zowel het gedwongen lopen als de nieuwe beleving noemt Prinssen IKEA. ‘Het eerste doen ze niet goed, het tweede wel. Er is nu een app die werkt via een QR-code. Wie bij IKEA een bank ziet, kan via zijn mobieltje kijken hoe deze in de huiskamer staat. Dat is natuurlijk super én heel inspirerend.’ Retailers beken kleur Retailers moeten out- en instore helder communiceren, hetzelfde verhaal vertellen. Ze moeten heldere keuzes maken, authentiek zijn én kleur bekennen. In de huid van de consument kruipen. Hier liggen volgens Prinssen de beste kansen voor de kleinschalige retailformules, die eerst vanwege de prijzenoorlogen én later met de crisis hun winkels moesten sluiten. ‘Wij helpen retailers hierbij. Jumbo is een goed voorbeeld van heldere communicatie, van goede storytelling. Ze hebben de zeven regels van Jumbo die ook op de winkelvloer goed zichtbaar zijn. Bij Jumbo is what you see, is what you get aan de orde. HEMA is ook een goed voorbeeld, net als EkoPlaza én Boerderij Lindenhoff in Baambrugge. Heldere formats en zowel out- als instore communicatie die op elkaar aansluit. Een minder goed voorbeeld is C1000. Voor de commercials worden – dure – bekende Nederlanders ingehuurd. Als kijker begrijp ik dan niet waarom C1000 goedkoop is. Verder hebben ze kwalitatief goede vleesafdelingen, maar stunten wel steeds met kiloknallers. Dat klopt ook niet’, stelt Prinssen die vaak wordt omschreven als ‘supermarktinrichter’ en alles weet van verleiding in en rond het schap.

De menselijke maat

Van huis uit is ze opgeleid tot architect. Daarom steekt ze haar mening niet onder stoelen of banken over wat ze vindt van architecten, die aan de tekentafel prachtige winkelcentra ontwerpen, maar waar consumenten na één bezoek nooit meer terugkomen. En dat heeft volgens haar weer veel met het vergeten van de menselijke maat te maken. ‘Een voorbeeld hiervan is het nieuwe winkelcentrum Westside in het Zwitserse Bern. Migros gaf toparchitect Daniel Libeskind opdracht een winkelcentrum te ontwerpen. Het bezoekersaantal kan nog verbeterd worden. Onder het motto ‘wat goed is nog beter maken’ test Westside nu verschillende mogelijkheden op het gebied van digitale navigatie- en communicatiemedia. Wij spelen hierbij een coördinerende rol, samen met IT-bedrijf Connect-IB. Zij hadden al een routing-app ontwikkeld voor onder meer de winkelcentra Westfield 1 en Westfield 2 in London. Voor de pilot in Zwitserland is nu een platform ontwikkeld waarop alle communicatie- en verkoopkanalen van het winkelcentrum aan elkaar gekoppeld zijn. Van de website van het winkelcentrum (zowel de pc- als de mobiele versie), de app, tot de digitale instore communicatie en de loyaliteitskaarten. Dit platform wordt vervolgens gelinkt aan sociale media als Facebook, Twitter, YouTube en Pinterest. Bovendien kan het platform ook worden gekoppeld aan de klantsystemen van retailers en andere participanten die in het winkelcentrum actief zijn. Dankzij deze geavanceerde manier van mediagebruik kunnen de winkels in het winkelcentrum direct communiceren met hun doelgroepen.’ Als voorbeeld van een goed winkelcentrum noemt Prinssen overigens Westfield 2 in Stratford City bij Londen met 22.000 vierkante meter winkeloppervlak. ‘Dat is
een winkelcentrum waar je wilt verblijven. Er zijn veel verschillende materialen gebruikt met een rijke uitstraling, de kleuren zijn warm en de ruimte voelt als een warme jas. Dit in tegenstelling tot Westfield 1 in White City bij Londen, dat net een ontplofte iPod is en een meer afstandelijk karakter laat zien.’ Bijstellen van denkbeelden
Prinssen en haar 49 andere collega’s ontwerpen en ontwikkelen winkelconcepten. Ook denken ze intensief mee als concepten of formats aan vernieuwing toe zijn. Prinssen: ‘Onze klanten – de retailers – zijn vaak rationele mensen. En dat is ook goed. Ze zijn dol op matrixen, polls en resultaten in cijfertjes. Aan ons is de opdracht om emotie toe te voegen. Winkelconcepten moet commercieel aantrekkelijk zijn voor de retailer, maar moeten voor de consument interessant zijn, iets toevoegen en liefst ervoor zorgen dat die consument loyaal wordt. Daar ligt ook een flinke taak voor het winkelpersoneel, dat eigenlijk op andere skills, zoals emotionele intelligentie, geselecteerd moet worden. Als ik zelf winkel zie ik zoveel wat anders en beter kan: de verlichting die heel vaak slecht is, het geluid dat te hard is of niet past bij de omgeving, de producten die niet aantrekkelijk of verleidelijk worden gepresenteerd; inspireer mij! Dat maakt dat ik terugkom. Als retailers niet willen dat consumenten massaal op internet gaan kopen, dan moeten ze hun denkbeelden over retailen snel bijstellen. In marktonderzoeken alleen
liggen de antwoorden niet meer. Het gaat ook over kijken en luisteren, om aansluiting te vinden met de consument die het Nowism heeft omarmt. En het draait om het bekende fingerspitzengefühl.’ Prinssen sluit af met een tip: ‘Speel niet op safe, spreek je uit met de winkelformule. Grijs is uit, het gaat over kleur bekennen. En kijk ook eens achter de witte gebaande paden naar het zwart. Naar wat er kan gebeuren als je alle gebaande paden loslaat, maar blijf wel bij je leest, bij je oorsprong. Dat noemen wij creative people, magical solutions. Één plus één kan ook drie zijn!’

                                        

Contact met klant vraagt om wisselende benadering

In supermarktactueel nr. 11 

Bob Damen & Lieneke van der Laan
Er wordt de laatste tijd met grote regelmaat gekeken naar het totale concept binnen de gehele klantreis, een aaneenschakeling van contactmomenten met de consument. Grote innovaties vinden niet meer plaats in de winkelinrichting. “In die contactmomenten liggen ook de grootste kansen voor de supermarkt om zich te onderscheiden”, zegt Lieneke van der Laan, consultant strategie & format bij JosDeVries The Retail Company.


Elk klantencontact is anders, omdat de consument steeds een andere mindset heeft. Een klant kan op veel verschillende manieren boodschappendoen, afhankelijk van de context. Een supermarkt moet gemakkelijker, relevanter en meer op maat worden gemaakt voor de klant. Belangrijke topics hierin zijn cross channel-strategie, multi-format en bricks en clicks. Dit zijn zaken die geredeneerd worden vanuit de totale klantreis. “Er zijn drie stappen in de klantreis te maken”, zegt Bob Damen, creatief directeur bij JosDeVries The Retail Company. “De termen voor, tijdens en na zijn hier van belang, zoals: wat is er voor nodig om de klant naar de winkel te krijgen?, wat moet de ondernemer doen om de klant zoveel mogelijk te laten besteden tijdens het winkelbezoek?, hoe bindt de ondernemer zijn klanten aan de winkel? en hoe creert de ondernemer blijvende contactmomenten?”

Platform
Wat is belangrijk en relevant voor de klant voordat hij de winkel binnenstapt? Waar moet de supermarkt aanwezig zijn? “Het is van groot belang om naast de fysieke winkel ook een digitaal platform te genereren”, gaat Van der Laan verder. “De supermarkt bedient op die manier het keuzekanaal van de klant en vervolgens kan de supermarkt door middel van het digitale platform contacten genereren en verzilveren. Relevante content is hierbij essentieel.” Om het digitale platform succesvol te laten worden moet een ondernemer zich een aantal dingen afvragen: wat drijft de doelgroep?, waar lopen klanten tegenaan?, waarmee en hoe willen klanten worden geholpen?, via welke kanalen willen consumenten informatie over de formule?, hoe en waar wil de ondernemer de informatie beschikbaar maken? Zodra een ondernemer antwoorden heeft op die vragen, kan het digitale platform in werking worden gezet. Contact met klant vraagt om wisselende benadering Bob Damen en Lieneke van der Laan.

Digitaal gemak
Digitale ontwikkelingen worden nog steeds vaak gedreven vanuit het gemaksoogpunt, zoals
gemak bij het boodschappen doen door digitaal vanuit huis een lijstje te maken, waarbij de klant de producten aangeboden krijgt volgens de routing van de winkel. “In dit geval wordt de routing dus bepaald door het boodschappenlijstje van de klant. Via de app en de website wordt hulp aan klanten geboden bij het bedenken van gerechten en hoe ze deze gerechten moeten maken”, zegt Van der Laan. De vertaling naar de fysieke winkelvloer moet nog worden verbeterd. Damen vult aan: “Hier zal de komende jaren meer aandacht voor nodig zijn en dit zal verder worden ontwikkeld. Inspireren en helpen kan instore eenvoudiger worden toegepast met hulp van de laatste technieken, zoals extra productinformatie of inspiratie vanuit het schap, QR-codes en augmented reality worden bijvoorbeeld  nog weinig toegepast”. Een ander belangrijk thema op het gebied van digitale winkelcommunicatie is het op maat maken van informatie, waarbij constant een balans gezocht moet worden tussen privacy en service. Met behulp van verzamelde content van loyaliteitsystemen gaan mensen aanbiedingen op basis van hun boodschappenpatroon krijgen. “Meer op maat en dus relevanter”, zegt Van der Laan. “In de toekomst zullen er zelfs ‘pratende schappen’ zijn. Zodra een klant voorbij een schap komt, krijgt zij een signaal op de smartphone voor een persoonsgerichte aanbieding.” Een andere ontwikkeling is selfscanning in plaats van selfcheckout. Het gemakkelijker en vooral sneller boodschappen doen. Damen: “De opvolger zou een iPad op de winkelwagen kunnen zijn. De klant wordt herkend door middel van een persoonlijke inlog of loyality card. Betalen zou via de terminal of zelfs met de mobiele telefoon kunnen gaan. Uiteraard zal click & collect (thuis via een webshop bestellen en in de supermarkt de boodschappen afhalen) ook van grote invloed zijn. Met de komst van click & collect kunnen er nieuwe formats ontstaan die aansluiten bij de gemaksbehoefte van de klant. Overal zie je dat veel supermarkten blijven experimenteren met de ideale vorm om digitaal boodschappen doen toegankelijk te maken. Hierbij is volgens ons altijd sprake van digitaal en fysiek om de verschillende winkelbehoeften te kunnen faciliteren”.

Gemaksniveau
Het thema gemak zien consumenten tijdens het boodschappen doen in meerdere facetten terug op de winkelvloer, zoals in de prijs. “De supermarkt geeft de klant de keuze hoeveel hij wil betalen voor een product. De ene keer is ‘goed’ genoeg en de andere keer wil de klant alleen het beste. In een gemiddeld winkelwagentje zien we een mix van producten van verschillend prijsniveau.  Dit betekent voor de retailer dat er een uitgebalanceerd assortiment samenstelling van budget, huismerk en a-merken  zichtbaar moet zijn op de winkelvloer”, aldus Damen. Ook het foodconcept speelt een rol als het om gemak gaat. Supermarkten zijn al een tijd bezig het juiste assortiment te bieden op het gebied van ready to cook, ready to heat en ready to eat. Voor in het ready to eat-segment worden momenteel steeds meer stappen gemaakt. Van der Laan: “Hier lijkt een stuk stretch te zitten die voor sommige formules lucratief is. Albert Heijn laat in de winkelinrichting een stuk innovatie zien door vanuit ООn meubel koud en warm te presenteren. Binnen AH to go was altijd al aandacht voor ‘for food now’. De nieuwste AH to go gaat zich bevinden naast de snelweg. Ook hier zal ‘ready to eat’ waarschijnlijk een dominant onderdeel worden van het assortiment. Passend bij de mindset van de klant die onderweg is”.

Vastgoedmogelijkheden
Multiformat vormt een belangrijk onderdeel van het bedienen van de verschillende boodschapbehoeften van de klant. Steeds meer retailers kijken vanuit vastgoed mogelijkheden hoe de winkel door de klant wordt gebruikt. Dat bepaalt het aantal m2 en het soort assortiment dat wordt aangeboden. Op die manier kent ieder format een eigen business model. Van der Laan: “Een buurtwinkel is een ander concept dan een supermarkt en een supermarkt is anders dan een superstore. De locatie en de manier waarop de winkel wordt gebruikt bepalen het format”. Een klant heeft verschillende behoeften. De ene keer wil hij een snelle hap en de andere keer een uitgebreid diner. Ook in routing en inrichting moet daar rekening mee worden gehouden. “Voor het maken van de lay-out stellen we gezamenlijk de koopefficiency vast en bekijken we hoe het in een aantrekkelijk winkelbeeld komt. Wanneer het binnen het format past, baseren we dit bijvoorbeeld op de kookmomenten. Zo wordt het ‘to go’-assortiment in het begin van de winkel gepresenteerd. De klant hoeft niet de hele winkel door. De ring daarbuiten is voor de hele dag en de buitenste ring voor de hele week. Een supermarkt moet dus in routing en inrichting antwoord kunnen bieden op verschillende shopbehoeften”, zegt Damen.

Woonboulevards begrijpen er niets van.


Woonboulevards begrijpen er niets van.



Ik heb een nieuw huis. Super leuk natuurlijk. En bij een nieuw huis horen nieuwe spullen. Van meubels tot douchewand zeg maar. De laatste weken heb ik dan ook veel tijd doorgebracht op woonboulevards. En dat was een leerzame ervaring.Iedereen die al eens eerder is verhuisd herkent het waarschijnlijk wel. Sommige dingen zijn leuk om te kopen, andere dingen niet maar die heb je nu eenmaal nodig. En dat is sterk bepalend voor je stemming (mindset) en de manier waarop je gaat winkelen.

Voor de leuke dingen neem je uitgebreid de tijd, je wilt er gewoon van genieten. Uitspraken tegen mijn vriend als ‘laten we er een leuk dagje van maken’ en ‘lekker gezellig’, spreken dan ook voor zich. Tijd speelt geen rol en in deze stemming ben ik vooral gevoelig voor sfeer, vriendelijke en attente aandacht, maar vooral ook de vormgeving. Minder gevoelig ben ik voor schreeuwerige aandachttrekkers, prijsstunts en andere opdringerige aandacht. Sterker nog, daar word ik eerder chagrijnig van.

Voor producten die ik gewoon nodig heb en zeker niet leuk vind om te kopen geldt in essentie het tegenovergestelde. Ik wil snelle en zakelijke informatie, geen ongevraagde aandacht en vooral een gemakkelijke vindbaarheid van wat ik zoek. Ik zal veelal vooraf al hebben vastgesteld wat ik een acceptabele prijs vind. Naast de prijs is voor mij de tijd een doorslaggevende factor.

En beste lezer, waar ga je naar toe als je aan het inrichten bent voor je nieuwe huis? Juist ja, woonboulevards. Dat is ook het eerste waaraan ik dacht. En ik kan u verzekeren dat ik er een heleboel heb afgestruind en tot de conclusie moet komen dat de meeste woonboulevards er niets van hebben begrepen. Eerder lijkt het erop dat ze hun uiterste best doen mijn consumentenlogica precies omgekeerd toe te passen.



Alles lijkt erop gericht om mij zo snel mogelijk weer naar buiten te krijgen. Van een sfeer die past bij mijn stemming ‘van een dagje uit’ tref ik heel weinig aan. Het resultaat hiervan is dat ik minder lang blijf, geen tijd besteed om eens lekker rond te kijken en dus onder de streep minder besteed. Ik word ertoe aangezet om mijn langzame en aangename route in mijn hoofd om te zetten naar de snelle en zakelijke route. En dat is ze helaas goed gelukt. Het totaalconcept van de woonboulevard klopt niet bij de stemming van de klant. Sterker nog, er lijkt vaak geen sprake van een concept. Losstaande winkels in eindeloze gangen is geen concept, maar een willekeurige verzameling van winkels. Er is bijvoorbeeld nauwelijks geïnvesteerd in sfeer en beleving.



Vaak ligt hier een koude businesscase-discussie aan ten grondslag. Sfeer en beleving laat zich niet zo gemakkelijk uitdrukken in een excel-formaat. Begrijp me niet verkeerd, het is niet eenvoudig om de relatie tussen omzet en winst aan de ene kant en sfeer en beleving aan de andere kant aan te tonen. Maar ook met relatief kleine investeringen kan er al veel worden bereikt. Gelukkig zijn er ook al veel voorbeelden waarin is aangetoond dat het koopgedrag in sterke mate wordt geprikkeld door de sfeer en beleving van de omgeving.



En als ik dan toch een beetje mag speculeren, het winkelen kan leuker gemaakt worden door het toepassen van moderne techniek. Van interactieve winkeletalages tot gamification, winkelen wordt direct veel leuker en interactief en je spreekt hiermee ook nog eens het hele gezin aan!



Maar ook voor de zakelijke shopper, die doelgericht en efficiënt wil kopen zijn verbeteringen denkbaar. Zo kan de bereikbaarheid sterk verbeteren met het toepassen van moderne techniek. Dat begint echt met een goede navigatie. Uit eigen ervaring kan ik u zeggen, dat je geen zin hebt om eerst een paar rondjes te lopen op zoek naar een plattegrond. Om er vervolgens achter te komen dat je helemaal aan de andere kant van de woonboulevard moet zijn. Waarom wordt mij geen digitale plattegrond aangeboden waar mijn route netjes wordt uitgestippeld. Waar ik op product kan zoeken om zo tot een shortlist van winkels te komen? En als we toch bezig zijn, waarom geen app aanbieden? Dan hoef ik niet op zoek naar het scherm maar heb ik het gewoon in mijn broekzak zitten. En omdat verbouwen/verhuizen al duur genoeg is, sta ik best open voor een aantal persoonlijke aanbiedingen. En dan zit er zowaar een aanbieding tussen voor een kop koffie met appeltaart als ik net voorbij een restaurantje loop. Heerlijk, even een relaxmomentje in alle drukte is eigenlijk wel lekker. En ja dat is dan weer echt genieten.

Lieneke van der Laan
consultant strategy & format